Ik (geboren in 1937) deed academie Minerva te Groningen, eindexamen 2001. Dit vanuit een verlangen er achter te komen hoe ik mijn beelden kan weergeven. De beelden die ik al sinds m'n eerste weten voor ogen had.

Aanvankelijk met veel symboliek, verbonden met m'n leefomgeving; naderhand ontdekte ik mijn grote belangstelling voor de moderne kunst -- vooral de abstracte kunst. Daarin heb ik de mogelijkheid vormen te ontwikkelen en ze in een 'ruimte' te plaatsen.

Abstractie brengt met zich dat ik geen gebruik van perspectiviteit maak, dat maakt het beeld meetbaar. Een toeschouwer kan een abstract werk zich 'eigen' maken, van een eigen beleving vervuld raken. Hier is die persoonlijke invulling van belang; die beleving is peilbaar, maar niet meetbaar.

Mijn werk is een wereld waarin de kijker rond kan gaan, geen alledaagse; waar men een voelen kan ondergaan doordat mijn werk niet per se de ons omringende werkelijkheid laat zien. Een indruk van ruimte die in beginsel betekenisloos is.